Je bent snel. Je ziet verbanden waar anderen nog aan het opstarten zijn. In vergaderingen denk jij drie stappen vooruit, in projecten ben jij degene die het vliegwiel op gang brengt. Je hebt geleerd dat harder rijden je verder brengt.
Maar er is één ding dat je daarin niet hebt meegenomen: jezelf. Niet jouw prestaties, niet jouw trackrecord; jezelf. Wat jou écht drijft als niemand kijkt. Wat er in je lijf gebeurt als de druk oploopt. Welke overtuiging jou op dat moment stilletjes bestuurt, terwijl jij denkt dat jij aan het stuur zit.
Want dat is de ironie. De eigenschappen die je zo effectief maken, zijn precies de eigenschappen die je uiteindelijk inhalen. De sterkste daadkracht kan besluiteloosheid worden als de situatie te complex wordt. De scherpste gedrevenheid verandert in controledrang als er te veel op het spel staat. De meest analytische geest verdrinkt in zijn eigen overwegingen.
Jouw kracht en jouw blinde vlek zijn hetzelfde. Dat is geen tekortkoming, dat is hoe het werkt.
Wat ik zie bij de leiders die ik begeleid: ze weten alles over hun organisatie, hun markt, hun mensen. Ze hebben zichzelf jarenlang aangestuurd op resultaat. Maar op de vraag wat hén beweegt, wat hén triggert, wat hén leegtrekt, daar is het stil. Niet omdat ze het niet willen weten. Maar omdat ze nooit de tijd hebben genomen om te kijken.
En dat heeft een prijs. Een leider die steeds harder werkt en steeds minder grip voelt. Die merkt dat zijn omgeving reageert op iets wat hij zelf niet ziet. Die uitgeput is op een manier die geen vakantie, geen bonus en geen promotie oplost.
Zelfkennis is geen zachte competentie die je kunt doorschuiven naar een later moment. Het is de infrastructuur waarop alles rust wat je wil bouwen.
Jij bent de Porsche. Maar zonder stuur bepaal jij niet meer waar je terechtkomt. Wanneer heb jij voor het laatst écht stilgestaan bij wat jou bestuurt; niet je agenda, niet je resultaten, maar jij?


